De Nederlandse jeugd groeit niet meer in de lengte, maar wel in de breedte. Dat is alarmerend, zegt hoogleraar Stef van Buuren. ,,De toegenomen welvaart zou zich wel eens tegen ons kunnen keren. Kinderen drinken meer alcohol en eten te veel en te vet.”

OpMaat was aanwezig bij de presentatie van de vijfde Landelijke Groeistudie. Daaruit blijkt dat de Nederlandse jeugd na 160 jaar gestopt is met steeds langer worden. Wel groeien kinderen hard in de breedte. Dat zijn de belangrijkste conclusies van de studie die eens in de 15 jaar gehouden wordt door onderzoekscentrum TNO.
Tegenwoordig wordt de gemiddelde jongen 183,8 centimeter lang, terwijl dat in 1997 op 184 centimeter lag. Meisjes zijn niet kleiner geworden, maar ook niet gegroeid. Zij worden net als in 1997 gemiddeld 170,7 centimeter. Turkse en Marokkaanse kinderen blijven kleiner, maar zijn die achterstand wel aan het inhalen. Sinds 1850 zijn mannen gemiddeld 16 cm langer en vrouwen gemiddeld 14 cm langer geworden. Daarvoor kromp de Nederlander juist. Dit zou o.a. te maken hebben met de welvaart.
De meest recente cijfers over overgewicht bij kinderen zijn ‘alarmerend’ zegt Stef van Buuren, projectleider van de studie en hoogleraar van de Universiteit Utrecht. Van de jongens is 13,3 procent te dik, bij de meisjes is dat 14,9 procent. Dat aantal ligt nog hoger bij Turkse en Marokkaanse kinderen: een derde van de Turkse en een kwart van de Marokkaanse kinderen heeft overgewicht. In vergelijking met 1980 is het aantal te dikke kinderen meer dan verdubbeld. Overgewicht is een van de grootste bedreigingen voor de volksgezondheid, zegt Van Buuren. Het kan kwalen als diabetes en gewrichts- en rugklachten veroorzaken.

Kinderen zijn minder gezond. Ze drinken meer alcohol, eten veel en vet
Van Buuren denkt dat de afnemende lengte, maar toenemende breedtegroei twee oorzaken heeft. ,,De Nederlandse kinderen zijn minder gezond en tegelijkertijd denk ik dat we niet heel veel langer kunnen worden. De toegenomen welvaart zou zich wel eens tegen ons kunnen keren, zegt de
hoogleraar. “Kinderen drinken meer alcohol, eten veel en vet.”
Al sinds 2000 is de jeugdgezondheidszorg bezig met een offensief tegen te dikke kinderen. ,Voor die tijd dachten we, ach, ze groeien er wel overheen; ‘zegt Remy Hirasing, hoogleraar jeugdgezondheidszorg. Ouders worden sindsdien aangemoedigd hun kinderen borstvoeding te geven, meer te laten bewegen, ontbijt te geven, minder frisdrank, en minder tijd achter de televisie en computer te laten zitten. ,,De televisie is een babysitter voor vermoeide ouders geworden” zegt Hirasing. “Sommige twee- en drie- jarigen hebben zelfs een televisie op hun kamer.” Toch stelt zij dat ouders de extremen als Annorexia Nervosa en Boulimia Nervosa niet kunnen voorkomen, want het blijkt genetisch bepaald te zijn. Het is wel goed om alert te zijn op verandering in diverse patronen.

Boulimia
Boulimia heet voluit ‘boulimia nervosa’. Boulimia betekent letterlijk ‘honger als een rund’. En het woord nervosa geeft aan dat die honger ontstaat door iets geestelijks. De oorzaak van boulimia is dus niet lichamelijk. Maar de gevolgen zijn dat wel.
Naast de te dikke kinderen is er ook een groep kinderen tussen 9 en I5 jaar die obsessief eetgedrag vertoont, een voorstadium van eetziektes als boulimia en anorexia. Zij zijn niet persé te dik of te dun. “Het gaat om 5 procent van de meisjes, en 1 procent van de jongens” weet Simone Buitendijk, hoogleraar preventieve gezondheidszorg voor kinderen.

Een korte vragenlijst afgenomen door bijvoorbeeld een schoolarts kan deze groep eruit zeven, stelt zij. “En hoe vroeger we ingrijpen bij dit soort stoornissen, hoe hoger de kans op genezing.” Er zijn wel al enige ‘lichtpuntjes’ door de huidige aandacht voor het probleem van dikke kinderen, stelt Hirasing. “Het lijkt erop dat het aantal te dikke meisjes de laatste jaren iets aan het afnemen is. En meisjes geven als het om dit onderwerp gaat de trend aan. Maar we zijn er nog lang niet.”
Van Buuren stelt dat de situatie terug moet naar de cijfers van 1980, toen er ongeveer 5 procent te dikke kinderen waren. Hirasing wil net als van Buuren nog meer aandacht voor overgewicht bij twee- tot zesjarigen. Als je in die periode het gewicht omlaag krijgt, gaat het in de meeste gevallen later ook goed.

Tot die tijd moet er wel rekening gehouden worden met het toenemende gewicht van kinderen, zegt Johan Molenbroek van de Nederlandse Vereniging voor Ergonomie en verbonden aan de TU Delft. “Gezien deze cijfers gaan we kijken of er meer maten nodig zijn in schoolmeubilair,” zegt hij. “Een dik kind kan zijn stoel wel iets naar achter schuiven, maar dan is de verhouding met de tafel niet meer optimaal.” Ook moet wellicht worden gekeken naar glijbanen in zwembaden, speeltoestellen en doorgangen in gebouwen, stelt Molenbroek. Maar die is door mij al jaren geleden op de hoogte gebracht van het geïntegreerd doelgroepdenken. Dus een product en/of omgeving waarbij rekening wordt gehouden met de grootst mogelijke variatie van de samenleving. Dat dit nu is vertaald in Design for All, Inclusive Design, Levensloopbestendig bouwen, enz. maakt mij niets uit. Als het doel (een obstakelvrije samenleving) maar bereikt wordt. Maar daarvoor moeten regelgevers en ontwerpers wel out-of-the-box kunnen en willen denken.

Arianne Cohen
Tijdens dit cijfergeweld was er nog een presentatie van The Tal Book door de schrijftster van het boek: Arianne Cohen. Maar over dit boek lees je meer in deze OpMaat. Een opvallende stelling van haar was dat lange mensen die stabiel opgroeien een rol-model hebben die langer is. Ook stelde zij dat er in Amerika weinig in de lengtegroei wordt ingegrepen. En er is daar weinig onderzoek naar de lengte-ontwikkeling. En ook dat de Amerikaanse kinderen steeds kleiner worden.

Rob Bruintjes